 |
Geschiedenis: Toen in de begin jaren 70 de plannen voor het
bouwen van de schiphollijn werden gemaakt, kwam er ook vraag
naar meer intercity materiaal, mede hierdoor besloot de NS om
een nieuw concept intercity stellen te laten ontwerpen die ook
de nieuwe snelheid van 160 k/u aan konden. Uiteindelijk werd er
in 1974 een proefserie van 7 stellen ( ICM-0 ) besteld. Geheel
nieuw aan dit concept was de zogenoemde doorloopkop, die als
voordeel moesten hebben dat reizigers tijdens het rijden een
plek konden opzoeken en dit niet tijdens de stop op het station
moesten doen, zodat de trein maar een korte stilstand tijd nodig
had. Deze constructie was uniek in Europa. In 1977 werden de
eerste koplopers afgeleverd in Nederland. Ook brande in dit jaar
de middenbak van de 4001 geheel uit tijdens een proefrit, zodat
deze terug naar Talbot in Aken ging om de bak weer geheel op te
bouwen. Na vele proefritten en vele kinderziektes uit deze
treinstellen verwijderd te hebben werd in 1982 besloten om een
vervolg serie te bestellen. Deze bestond uit 40 stellen ( ICM-1
) Eind 1983 werd de eerste van deze stellen uitgeleverd, de
laatst in 1987. Het grootste probleem op dit moment was dat de
ICM-0 en 1 niet gekoppeld konden worden door de grote
verschillen van de doorloopkop. In het begin reden de ICM-1
stellen alleen de dienst Amsterdam-Groningen (Leeuwaarden),
later toen de gehele serie 1 was afgeleverd kon je ze ook vinden
op de lijn Den Haag/Rotterdam-Enschede. In 1984 werd echter ook
de opdracht gegeven om de serie ICM-2 te bouwen, de laatste van
deze serie werd in 1990 afgeleverd. Nu waren er genoeg
treinstellen om de gehele Intercitydienst in de Randstad te
laten rijden met koplopers. Om Het verouderde materiaal 54 te
kunnen vervangen werden nog 2 serie besteld ( ICM-3/4 ). Het
grote verschil met zijn voorgangers was wel dat er een extra
tussenrijtuig bij was zodat deze 4 delig waren. Begin 1994 werd
de laatste koploper uitgeleverd. |
 |